img

DeltaLimburg.nl

Hèt informatieve (nieuws)platform voor Midden-Limburg.

26-10-2026 11:20

Ron - De een zijn dood is de ander zijn brood

Heythuysen - 26 oktober 2026 - Met Halloween in aantocht eigenlijk nog niet zo’n rare gedachte. Samen met mijn vrouwlief even de benen strekken in een iets minder mooi natuurgebied dan het onze: de Groote Peel. Daarmee zeg ik niet dat het minder belangrijk is, hè! Het is mijn beleving.

Hoe is dat Halloween ook alweer ontstaan?

Volgens alle bronnen was Halloween een oud-Keltisch feest. Dus de roots liggen in Schotland, Ierland en een gedeelte van Engeland. Het feest heette destijds Samhain, uitgesproken als sau-en, en begon rond 31 oktober ter afsluiting van de oogst en de spookachtige, donkere winterperiode. Men geloofde toen nog in een actieve overgang tussen de levende en de dode mensenwereld. Zo werd er door flink wat vuur aan te steken hulp ingeroepen tegen het kwaad. Zo kwam het dat alweer een ‘heidens feest’ naar de gallemiezen geholpen werd door christelijke inmenging. Ook Kerstmis is het zo ooit vergaan.

Hoe werd Samhain Halloween?

Rond 1 november vierden de ‘schijnheiligen’ Allerheiligen: een dag om alle heiligen te herdenken. (Ik heb het opgezocht: je moet er een stuk of 6000 kennen. Ga je gang, succes.) 1 november voorbij, op naar 2 november: Allerzielen. Hier mag je alle overledenen herdenken. Je zit dus de ganse dag op je knietjes voor zo’n kruis het Onzevader af te raffelen. Op 31 oktober vieren ‘de Kelten’ All Hallows’ Eve: de avond vóór Allerheiligen. Dan snap je wellicht de verwevenheid: plotseling heb je Halloween.

In Ierland en Schotland werden vroeger rapen en andere wortelgroenten uitgehold. Er werden dan griezelige gezichten in gesneden. Daar plaatste men een kaarsje in en maakte er een lantaarn van. Toen de Ieren immigreerden naar Amerika, kwam men met pompoenen aanzeulen. Alles moet daar groter en beter. Wij weten inmiddels beter, toch?! En het is zeker geen uitvinding van hen! Let wel: door de steeds groter wordende groep immigranten aldaar, van Ieren en Schotten, werd het een steeds populairder feest. Daarna sloeg het ‘virus’ over doordat het zijn intrede deed bij films en tv en de winkels er een commercieel verdienmodel op loslieten.

Terug naar de wandeling, want de dood heeft wel een prachtige link naar onze wandeling.

Plotseling stonden we oog in oog met een kadaver van een ree. Nu zul je wel denken: ja en? Het lag daar niet zomaar. Het kadaver was aangereden door een ‘stalen ros’. Door het terug in de natuur te leggen, krijgen anderen hun ‘brood’.

De natuur bestaat naast het leven en het ontstaan van nieuw leven ook uit het sterven en het daaropvolgende afbraakproces. Sommige dieren vervullen een essentiële rol ten gunste van veel andere processen en organismen. Inmiddels is iedereen wel gewend aan de dode bomen in het bos, maar dode dieren zien we niet vaak meer. Het ree was daarom hier op een speciale plek neergelegd. Een kadaver is een bron van leven voor allerlei diersoorten. Aaseters zoals vossen, raven en kraaien. Maar ook diverse keversoorten doen hun ‘maagje’ vullen.

Wanneer een dier sterft, komt er een fascinerend ecologisch proces op gang waar verschillende soorten van profiteren. (Deze worden ook gebruikt bij forensisch onderzoek naar een doodsoorzaak.) In de eerste minuut na de dood van een dier zijn er al vliegen ter plaatse; meestal begeleidden deze het dier al toen het nog leefde. Dit gebeurt ook met bacteriën die zich in het binnenste bevinden en die de afbraak bevorderen. Het tempo van afbraak wordt bepaald door vele factoren, zoals licht, temperatuur, vochtigheid, hoogte en biotoop. En zeker niet de minste factor: het jaargetijde.

De afbraak van een kadaver doorloopt vijf fasen.

Eerste fase: de verse fase

In deze eerste fase bezoeken als eerste kleine vliegjes en kleine korstschorskevers het kadaver. De grijze vleesvlieg kan binnen een uur aanwezig zijn. Door bacteriële afbraak ontstaat na ongeveer drie dagen gasvorming.

Tweede fase: inflatiefase

Groene en blauwe vleesvliegen leggen in de inflatiefase hun eitjes in het kadaver, met name in lichaamsopeningen. De vliegenmaden trekken vervolgens grote kortschildkevers, spiegelkevers, aaskevers en doodgravers aan. Na vijf tot tien dagen ontstaat een sterke geur door de gasvorming, die grote aaseters als vossen en zwijnen aantrekt.

Derde fase: vroege rotting

Grote aaseters trekken het kadaver open, waardoor zuurstof naar binnen kan en een vroege rotting kan beginnen. Vliegenmaden zijn in grote getale aanwezig en het aantal aasetende insecten neemt alsmaar toe. Larven van aaskevers verschijnen, evenals insecteneters als egels, spinnen en vogels.

Vierde fase: late rotting

Tijdens de late rotting zijn nog veel aaskevers, spiegelkevers en grote korstschorskevers aanwezig. Grote aaseters reduceren het kadavergewicht binnen zes dagen tot 15–20 procent van het oorspronkelijke gewicht. Na drie tot negen weken ligt het kadaver volledig uit elkaar. Zonder grote aaseters is het lichaamsgewicht na twee weken nog steeds zo’n 75 procent!

Vijfde fase: het droge stadium

Het kadaver droogt in het droge stadium uit. Alleen botten, huid en haar blijven liggen. Spektorren en beenderknagers bezoeken het karkas en specialisten als de hoefzwam verschijnen. Grote aaseters verspreiden de botten; vogels gebruiken het haar als nestmateriaal.

Zo zie je dat de ene dood echt invloed heeft op de hele biodiversiteit van een gezond bos.

Even verder lopen we langs een prachtige paarse korstzwam – Chondrostereum purpureum –, valse hanenkam – Hygrophoropsis aurantiaca – en gewone zwavelkop – Hypholoma fasciculare. Deze drie zijn saprofyten en, hoe kan het ook anders, zij leven ook van dood materiaal. In dit geval van dood hout. Wat zit het leven toch prachtig in elkaar. We wandelen met onze twee Finnen terug naar ons grijze voiture.

Tot een volgende keer, Ron

 

Ron Van Pol, voorzitter van Groen Hart Leudal, heeft sinds juni 2020 zijn eigen column bij DeltaLimburg.nl. 

Kopfoto: © Foto en Film Leon van Lier / foto's: © Ron Van Pol