img

DeltaLimburg.nl

Hèt informatieve (nieuws)platform voor Midden-Limburg.

21-9-2026 15:39

Ron - Zucht, daar gaan we weer...........

Heythuysen - 21 september 2026 - Elk jaar, verspreid over drie zones, begint het gejaag weer. De zolder op. Waar lagen die haringen en die tent ook alweer? Waar in godsnaam is de afstandsbediening van de Excellent Automatic Mover van de caravan? Ik had toch ook nog ergens een jerrycan impregneermiddel voor mijn tent staan? Wie is daar niet mee bekend?

Vervolgens wordt Nederland verdeeld in drie regio’s: Noord, Midden en Zuid. Dit om de schoolvakanties te spreiden. Hieraan is dan ook de bouwvak gekoppeld. Op deze manier wordt geprobeerd het wegennet niet volledig te laten vollopen. Want we gaan met z’n allen op vakantie. Allemaal dezelfde kant op. Op ongeveer dezelfde tijd. En met ongeveer hetzelfde doel: zo snel mogelijk weg uit Nederland.

Wat is er nog meer aan gekoppeld?

Ergernis!

Want juist in zulke periodes gaat Nederland aan de autosnelwegen sleutelen. Complete weghelften worden afgesloten, tunnels gaan dicht voor onderhoud en je mag blij zijn als je niet achteraan aansluit in een kilometerslange file. Je hebt vakantie en staat vervolgens stil. Wat is misschien nog het meest wrange?

Wereldwijd gaan de prijzen van hotels, restaurants en vakantieparken tijdens deze periodes de lucht in. En maar graaien, graaien, alsof men niet genoeg kan plukken van de vakantiegangers. Nee, geld moet rollen. En wij maar rijden. Of eigenlijk: stilstaan. Maar goed, ik ben mijn ergernis kwijt. 

Want terwijl wij ieder jaar opnieuw onze route plannen, koffers pakken, caravan aankoppelen en vervolgens in de file aansluiten, gebeurt er boven ons hoofd iets vergelijkbaars. Ook daar begint ieder jaar de grote trek.

Alleen hebben die reizigers geen caravan, géén TomTom géén file, maar vooral géén ANWB-routeplanner. 

Ik wilde deze column namelijk opbouwen naar de vogeltrek.

Ja, ook vogels trekken ieder jaar. Op vakantie!

Wanneer je gewoon een aantal mensen vraagt waar men aan denkt bij trekvogels, dan hoor je al snel: kraanvogel, ooievaar, zangvogels, steltlopers, of de boerenzwaluw.

Ja, en ze hebben allemaal gelijk. Alleen mis ik er één. Zelf vind ik die op zijn zachtst gezegd de meest spectaculaire. Ik heb het dan over de spreeuw.

Dit zeggende moet ik wel heel voorzichtig zijn, want ik krijg met deze uitspraak direct vogelkenners op mijn kop. Dus ik ga het proberen uit te leggen zonder direct een complete vogellaarsrel te veroorzaken.

De spreeuw, Sturnus vulgaris.

Een zwarte, glimmende vogel. Min of meer met een metaal- of parelmoerachtige glans. Hij heeft iets weg van een mannetjesmerel, Turdus merula. Alleen is hij wat kleiner. Een spreeuw wordt ongeveer 20 tot 23 centimeter lang, een merel ongeveer 24 tot 27 centimeter. Ook qua gewicht is de spreeuw wat lichter: zo’n 60 tot 90 gram tegenover ongeveer 80 tot 125 gram bij een merel. Stel je zou hem willen wegen. [Knipoog].

Het is een echte holenbroeder. Het broedseizoen loopt ongeveer van april tot juli. Een leuk feitje is dat de snavel van onze vrolijke zanger in de winter donkerder is en in de zomer opvallend geel. Hij heeft een kort staartje. En zingen kan hij als de beste. Sterker nog: de spreeuw is een geweldige imitator.

In zijn repertoire zit een grote diversiteit aan geluiden. Zo kan hij onder andere een eend, mees, buizerd, meerkoet, kauw en merel nadoen. En geloof het of niet: ook een kikker kan hij goed nadoen.

Er zijn zelfs volkszangertjes tussen die het geluid van een alarm of andere door de mens gemaakte omgevingsgeluiden kunnen nabootsen, denk maar aan het geluid van een kettingzaag of elektrische schroevendraaier. Het is dus en soort vogel met een ingebouwde geluidsrecorder.

In Nederland zitten jaarlijks zo tussen de 700.000-800.000 broedparen. In de winter zijn er tussen de 2 en 3 miljoen exemplaren in ons land aanwezig.

Dit geeft wel aan dat Nederland voor deze soort belangrijk is. Het is een echte alleseter. Spreeuwen eten wormen, langpootmuggen, granen, kersen, druiven, bessen, appels, zaden en een riedel aan ander plantaardig materiaal.

Zoals aangegeven is een spreeuw een echte holenbewoner. Ze gebruiken nestkasten, oude spechtenholen of andere boomholtes, maar ook gaten en spleten in gebouwen. In combinatie met goede nestgelegenheid, kort grasland en een voedselrijke bodem heb je direct kans dat je een spreeuwengezin in je naaste omgeving krijgt.

In het broedseizoen staan er natuurlijk veel larven van insecten op het menu van de spreeuwbaby’s. Spreeuw pa en ma krijgen vaak tussen de vier en zes eieren, met een uitschieter tot soms zeven! Omdat ze zó veel van elkaar houden, doen ze hét vaak twee keer per jaar. Die schreeuwertjes blijven aanhoudend honger houden. Veel succes dus als je ze in je directe omgeving hebt, want het zijn niet de meest ‘geluidsarme’ bewoners.

Maar dan komt het moment waarop alles verandert.

Na het broeden.

Wanneer die schreeuwertjes kunnen vliegen, gaan ze allemaal in groepen leven. Massaal bevolken ze dan een boom. Overdag trekken ze eropuit. Het grasland op. Lekker smikkelen van een wormpje, een kevertje, wat zaden. Echt zo’n culinair groen wegrestaurant waar de menukaart nooit hetzelfde is.

En dan, tegen de avond, gebeurt er iets wat je als mens misschien wel herkent. Het is tijd om naar huis te gaan. Alleen hebben spreeuwen geen verkeersapp nodig om te weten wanneer ze moeten vertrekken. Een paar vliegen op. Dan nog een paar. Steeds meer.

Alsof ergens, zonder dat wij het kunnen horen, iemand een startschot heeft gegeven. De lucht begint zich te vullen. En dan gebeurt het.

Duizenden spreeuwen komen bij elkaar en vliegen gezamenlijk naar hun slaapplaats. En juist dát vind ik zo spectaculair.

Want wat je dan boven je hoofd ziet, is geen gewone groep vogels meer.

Het is een “spreeuwenwolk”. Een levende wolk!

Een enorme zwarte massa die plotseling van vorm verandert. Eerst lijkt het alsof de groep uit elkaar valt, dan trekt alles weer samen. De wolk zet uit, krimpt in elkaar, draait om zichzelf heen en schiet vervolgens als één geheel een andere richting op.

Je staat ernaar te kijken en vraagt je af: wie heeft hier eigenlijk de leiding?

Niemand. Er is géén verkeersregelaar, géén luchtverkeersleiding, géén TomTom, Garmin of Flitsmeister. En toch botst de boel niet tegen elkaar.

Elke spreeuw houdt meerdere buren nauwlettend in de gaten. Een kleine verandering in snelheid of richting wordt razendsnel doorgegeven aan de vogels eromheen. Die reageren weer op hun buren en die vervolgens weer op de volgende. En zo ontstaat dat ongelooflijke schouwspel. Duizenden vogels. Duizenden afzonderlijke beslissingen. Toch lijkt het één groot organisme dat door de lucht beweegt. Het is alsof iemand een levende rookwolk heeft losgelaten. Nu dan snap je ineens waarom ik de spreeuw zo spectaculair vind. Niet vanwege zijn glimmende veren of vanwege zijn gele snavel. Zelfs niet vanwege zijn imitatievermogen. Nee.

Voor mij begint het echte spektakel pas wanneer duizenden spreeuwen samen de lucht in gaan. Dan wordt een gewone spreeuw ineens onderdeel van iets dat vele malen groter is dan zichzelf. En daar kan geen vakantiepark tegenop. Maar hier stopt het verhaal niet.

Want die spreeuwenwolk is niet alleen een mooi avondlijk spektakel.

Diezelfde vogels zijn ook reizigers. Net als wij. Alleen is hun vakantieplanning iets beter geregeld.

In mijn inleiding gaf ik aan dat spreeuwen trekken. Daar moest ik voorzichtig mee zijn. Want je hebt er natuurlijk ook van die luie vogels bij. Wij noemen ze dan standvogels. Zij blijven gewoon lekker in ons landje. Zeg maar: ze hebben een soort van ‘hechtingsproblematiek’. Een ander deel heeft het hier wel gezien en trekt, net als al die vakantiegangers, maar dan zonder sleurhut, klapwagen, camper, caravan inclusief krijsende jeugd op de achterbank, een paar honderd kilometer naar het zuiden. En daar zitten de volgende overeenkomsten.

Wij hebben een route. De spreeuw heeft een route. Wij hebben een bestemming. De spreeuw heeft een bestemming. Wij pakken de auto. De spreeuw pakt zijn vleugels. Alleen wij hebben onderweg nogal eens problemen met de navigatie.

Ik schreef eerder dat er in de winter meer spreeuwen in ons kikkerlandje zijn dan in de zomer. Hoe komt dat dan? Eigenlijk heel simpel.

Vanuit Noord- en Oost-Europa komen enorme aantallen hier hun ‘Euries’ uitgeven. Dus de spreeuw die je in de winter hier ziet, kan dan wel een ‘Nederlandse nummerplaat’ hebben, maar voor hetzelfde geld is het een witte plaat met twee zwarte letters, gevolgd door vijf cijfers en landcode N.

Mooi detail is wel dat je aan hun nummerplaat kunt zien of het een elektrisch voertuig is. Ze beginnen dan met EL, EK of EV.

Zo kun je er ook witte met zwarte letters tegenkomen: drie letters en drie cijfers, of drie letters, twee cijfers en een letter, met landcode S.

In sommige gevallen zelfs SF en FIN als landcode voor Finland.

Enfin.

Spreeuwen hebben een ingebouwde TomTom, Garmin, Flitsmeister of CasePhase, om zo maar allemaal te noemen en deze column niet op reclame voor navigatiesystemen te laten lijken. Ze vliegen namelijk vanuit Noord- en Oost-Europa naar Nederland, vervolgens zijn er die naar België en Noord-Frankrijk gaan. Wanneer ze Route du Soleil nog verder willen volgen, naar Spanje.

En daar hebben ze geen navigatiesysteem, géén verkeersinformatie App via internet of WIFI en zeker géén filemeldingen over de radio in DAB kwaliteit voor nodig. Ze weten gewoon waar ze heen moeten. Juist dat vind ik echt interessant. Want hoe weten ze dat eigenlijk?

Met spreeuwen hebben een aantal onderzoekers (let op, Scrabblers onder ons met een mooi woord, ornithologen) echt wel bijzondere testen gedaan.

Hoe weten die knappe koppies hun richting te bepalen?

Ze vingen een aantal spreeuwen en ringden ze. Sommige van hen kregen een zender. Onder deze “testers” werden er een aantal honderden kilometers verplaatst.

En wat denk je?

Ze blijken in elk geval geen wedstrijdduiven te zijn, dit zijn echte specialisten in plaatsbepaling. De “testers” vlogen niet naar de dichtstbijzijnde overwinteringsplaats. Verre van dat. Maar wat ze wel deden was dat ze de voorgeprogrammeerde route in zuidelijke richting aanhielden. Ze kwamen dus veel zuidelijker uit. Hieruit werd de conclusie getrokken dat ze een aangeboren richtingsprogramma moeten bezitten.

Testen met jonge spreeuwen die nog geen ‘reisje’ hebben afgelegd, laten hetzelfde zien. Ze moeten van tevoren precies weten: Welke richting, hoe ver en wanneer moet ik stoppen?

Ze bezitten dus allemaal een ‘Garminlightversie’, waarschijnlijk met een aangeboren richtingsvoorkeur, gekleed in een nieuw jasje, met een vleugje migratieprogrammeringstechniek. Volwassen spreeuwen kunnen uit ervaring dus wel leren. Ze kunnen hun afwijking tijdens de verplaatsing corrigeren en zo hun oorspronkelijke bestemming terugvinden.

En daar zit voor mij misschien wel het mooiste stukje van het hele verhaal.

Wij mensen hebben drie regio’s nodig om onze vakantiegangers een beetje over Nederland te verdelen.

We hebben wegenkaarten, navigatiesystemen, verkeersinformatie, routeplanners en apps nodig. Ondanks dat alles staan we ieder jaar weer met miljoenen tegelijk in dezelfde file. De spreeuw doet het anders.

Hij heeft géén vakantieplanning géén caravan, géén tolweg, géén routeplanner en géén file. Hij heeft twee vleugels en een ingebouwd programma. En dat werkt jaar na jaar.

Van Noord naar Zuid en weer terug. Het blijft waanzinnig mooi hoe sommige dingen in de natuur geregeld worden en wij er niet voor honderd procent de vinger op kunnen leggen. Er zijn nog heel wat onderzoeken nodig om precies te weten hoe zij dit voor elkaar krijgen. Wat zeker vaststaat is dat wij helemaal niet zo goed zijn in navigeren als we denken. We hebben alleen veel meer hulpmiddelen. Of zijn wij het verleerd?

De spreeuw heeft een navigatiesysteem, die zit tussen zijn oren of beter gezegd: ergens diep in zijn kleine koppie. Misschien moeten wij daar, terwijl we weer eens stil staan op de autosnelweg, maar eens wat vaker over bezinnen en misschien moeten we dan niet naar het navigatiescherm kijken. Maar omhoog!

Want terwijl wij ons ergeren aan wegwerkzaamheden, files en vakantieprijzen, trekt boven ons hoofd een compleet andere reiziger voorbij.

Duizenden spreeuwen, samen op weg. Een levende wolk die zich vormt, uitzet, samentrekt en weer verdwijnt. Een vakantie zonder koffers, zonder reservering of tolwegen of zonder afstandsbediening van een caravanmover. De natuur heeft haar eigen navigatiesysteem allang uitgevonden.

Mijn vrouw en ik zijn nu nog steeds opzoek naar de handleiding van skottelbaai en de afstandsbediening van de tv in de caravan. Help!

Zo genoeg gespreeuwd.

Tot een volgende keer. Ron

Ron Van Pol, voorzitter van Groen Hart Leudal, heeft sinds juni 2020 zijn eigen column bij DeltaLimburg.nl. 

Kopfoto: © Foto en Film Leon van Lier