Heythuysen - 29 augustus 2025 - Plots gaat de telefoon. Ik neem op en hoor een bekende stem zeggen: “Nah, wie gehts? Ich bin es, Max” Ja, na wat jaartjes in één en hetzelfde hotel te zijn gekomen, bouw je met de eigenaar en de kids een band op. Ik zag de “Zwei junge Füchse”, zoals ze steevast door hun vader Josef genoemd werden, opgroeien.
Toen ze net konden lopen liepen die twee in Tirolerhose en Kulturbluse in de bediening, later ook als Saucier, Rôtisseur, Entremetier, Poissonnier, Garde-manger, Pâtissier in de keuken. Na jaren van afzien en rondgescholden worden, door de replica van een Oostenrijkse variant van Gorden Ramsay-light, werden ze Sous Chef, Chef de Cuisine en uiteindelijk Directeur de cuisine. Hun jeugd was niet gemakkelijk.
In de zomer liepen ze, samen met paps als gids, met alle hotelgasten door de prachtige Tiroolse natuur. In de winter stonden ze te blauwbekken bij de skilift om ons te helpen met in- en uitstappen. Tijdens de Spartaanse opvoeding rondden ze Cum laude de Internationale Hochschule te Innsbruck af. Vervolgens werd, Mutties und der Groβe Narr, de troetelnaam voor vader, het “bedrijf” overgenomen. Na een duchtige verbouwing in 2020 en verschuiving in de doelgroep is het een waar Wellness in Gerlos, geworden. De sterren vlogen je bij de heropening om de oren.
Enfin, hij heeft tijdens het wandelen “ze” zelf gevonden en vraagt of ik even naar hem toe wil komen. Na een kleine negen uur te hebben gereden, kom ik aan in Gerlos. Ik bezoek mijn vriend Max niet zomaar. Tijdens mijn omzwervingen over de meestal nog besneeuwde toppen van boven de 2500 meter NAP en met geweldige namen als Äuβerer Falk (2668m), Wechselspitze (2637m), Schwrazerkopf (2528m), Pfannenstielkopf (2528m) en de voor mij altijd in het geheugen gegrifte wandelingen naar Zillerkopf (2995m) Reichenspitze (3303m) Wildkarspitze (3073m) en het neusje van de zalm de Hochfeiler (3510m) ben ik “ze” nog nooit tegengekomen.
Iedere keer dat geheimzinnige lachje van die rasechte Tiroler begon mij matig op de "nerven" te werken. Wanneer ik ’s avonds volledig uitgeblust en “Kaput wie ein Hund” op een barkruk belandde, stelden zij mij keer op keer de vraag "und?" Nu moet ik wel even erbij vertellen dat zij zelf “ze” ook nog nooit in het echt gezien hadden. Dús!?
Maar nu was het zover: op een prachtige zuidelijke, vol in zon gelegen, berghelling stond daar plots een grijsgroene viltige “Wollblume”. Sinds 1900 het symbool voor de Alpen.
De Tirolertjes betitelden hem als teken van puurheid en doorzettingsvermogen. Dat laatste kan ik dus beamen. De Duitsers noemden de plant vroeger “Kleiner Löwenfuss”, vertaald is dat "kleine leeuwenvoet". Dan snap je direct zijn wetenschappelijke naam: Leontopodium alpinum. leo (Grieks voor leeuw) en podos (is voet). De leeuwenvoet van de Alpen. Maar waarom werd dit plantje hét symbool in plaats van niet de veel meer opvallende grootbloem gentiaan "Gentiana clusii", de alpenaster "Aster alpinus" of de alpenroos "Rhododendron ferrugineum"? Tenslotte komen deze toch veel meer voor en vallen ze door de kleurenpracht meer op. Nee, je moet er wat voor doen!
Zelf waren de inwoners van de Alpen het overigens niet unaniem eens over de naam. Zo werd edelweiss ook gletsjerester, zilverster of alpenster genoemd. In de loop van de negentiende eeuw werden ze eensgezinder en werd de naam overal vervangen door de naam “edelweiss”. Er is zelfs bekend dat men vroeger de plant als wierook gebruikte, omdat de rook de geesten die specifiek de ontsteking aan uiers van het vee veroorzaakten, verdreef.
In onze beleving is edelweiss het symbool voor de Alpen geworden. Van vertellen weet ik dat de jongens vroeger, wanneer zij indruk wilden maken op hun liefje en haar een verlovingsgeschenk wilden overhandigen, ze op de een of andere steile wand edelweiss moesten plukken. Ja, dan weet je als Dirndl dragende Jungfrau dat hij alles voor je over heeft. Dan komen wij er nu toch gemakkelijker vanaf. Wij dartelen naar Lucardi, misschien naar Siebels of tokkelen met de vingers over het toetsenbord naar een juwelier webshop of de Juwelzshop KAYA en ZINZI of hoe ze allemaal heten naar een glinsterend steentje. Nou, met TEMU hoef je toch echt niet aan te komen, hoe laag wil je zinken?! Nee, van een echt romantische inspanning is bij onze Nederlandse Glückssucher geen sprake meer.
Toen de Tiroolse lokale bevolking na circa 1850 in de gaten kreeg dat er wel geld was te verdienen aan toerisme, was dit eigenlijk een keerpunt. Want wat gebeurde er? Voor de elite werden ware bastions gebouwd op zowat elke berghelling die met de trein te bevoorraden was. Hele kuddes zogenaamde tot op het bot verwende alpinisten werden naar hun trofée geleid. Ze liepen als eine groβe Gruppe hungernder Kaninchen over de alm, op zoek naar dat ene geluksmomentje. Gems of Murmeltier eten deze planten echt niet. Zij weten als echte knagers deze prachtige verschijning te waarderen. Ja, wanneer je edelweiss goed laat drogen, blijft de bloem haar prachtige kleur en fluweelzachte structuur behouden. Zodat jouw herinneringen vereeuwigd worden aan die zogenaamde “rooftocht”.
Toen de middenklasse hierna ook nog als hele hordes hebberige “Souveniersaasgieren” volgde, kun je je voorstellen dat het edelweiss in het nauw kwam. De frustratie bij de Alpenlanders was dan ook heel groot. Het verlies van hun exclusief symbool moest beschermd worden. In 1874 werd door Duitse en Oostenrijkse Alpenclubs een plukverbod uitgevaardigd. In 1883 werd in Genève het plukverbod door alle Alpenlanden ondertekend. Hierin staat heel duidelijk beschreven dat je edelweiss niet mag plukken en ook niet mag uitgraven. Ja, ook toen waren er natuurfanaten die zich onder iedere regel of wet wisten uit te praten. Dit alles om edelweiss te beschermen, tot op vandaag de dag. Nu snap je misschien dat geen enkele inwoner van Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk en Italië jou zomaar naar het Alpengeluk brengt.
Bij thuiskomst ben ik voor mijn geluk naar een plaatselijk tuincentrum gegaan en heb daar de gecultiveerde variant gekocht en in onze rotstuin geplaatst (zie foto 2). Natuurlijk gericht op de zuidzijde, met voldoende kalk in de grond. Ze dragen dan de prachtige naam: Leontopodium alpinum ‘Blossom of snow of Leontopodium alpinum ‘Mignon’ Zij vallen met hun grootte en dracht wel degelijk op in de tuin.
Ben ik nu ook een cultuurbarbaar?
Ach, ik strijk eens voor één keer over mijn borst...
Ron
Ron Van Pol, voorzitter van Groen Hart Leudal, heeft sinds juni 2020 zijn eigen column bij DeltaLimburg.nl.
Foto: © Leon van Lier / foto Edelweiss: © Ron Van Pol