Heythuysen - 28 juni 2026 - Deze titel is niet persoonlijk bedoeld. Wat mij de laatste tijd opvalt, is dat er steeds meer wandelaars met een verrekijker op stap gaan. Vogels kijken is populairder dan ooit. Wanneer je een stoffige baan hebt en voortdurend op je stoel zit, is een ontspannende wandeling vaak een mooie uitlaatklep. Het zit hem dan vooral in de onvoorspelbaarheid van de natuur, de ‘jacht’ op zeldzame soorten en de intieme kijkjes in het dagelijks leven van vogels.

Je kan nooit weten wat je tegenkomt. Loop je langs de Zelsterbeek, Leubeek of Haelensebeek, dan kan er zomaar een ‘blauw-oranje-flits’ langs vliegen. Je begrijpt het, dat was een ijsvogel (Alcedo atthis). Door het herstel van de beken hier in het Leudalse komt deze prachtige vogel toch weer vaker voor. Het is een viseter bij uitstek. Wij hebben het geluk dat beekjes ervoor zorgen dat op sommige plaatsen door erosie flinke steilwanden ontstaan. Door het meanderen heb je ook nog eens vaker lichtstromende tot stilstaande plekken. Hier en daar wat omgevallen bomen en laaghangende takken en voilà, dé plek voor deze prachtige vogel. Mannetjes en vrouwtjes zijn vaak moeilijk uit elkaar te houden. Wanneer je denkt aan ‘vrouwen dragen lippenstift’, dan heb je een hint die het vergemakkelijkt. De dames van de ijsvogel hebben vaak een oranjerode ondersnavel, de mannetjes ‘bekladden’ zich niet!
Maar nu weer terug naar de ‘jacht’. Het determineren van de vogels is ook een uitdagende vaardigheid. Ja, ja ik weet er zijn apps als Merlin Bird ID, deze app neemt een stukje gezang op en vertelt je precies welke vogel er aan het fluiten of zingen is.
Het bekijken van de grootte, het verenkleed, de positie waar de vogel zich bevindt; hoog in de boom, dicht tegen de stam of bijvoorbeeld op de grond, zijn vaak een indicatie die je kan helpen. Heeft de vogel witte slagpennen? Enzovoorts. Het is een soms frustrerende, maar zeker boeiende mentale uitdaging. Afgezien of de gevederde vriend zijn gezang, gekwekker, getok, gelachen, of welk geluid ze ook maken, laten horen. Stel je voor, ze zeggen eens helemaal niets!
Wat kun je nog meer zien in ons Leudal? Jullie weten, ik ben qua Leudal totaal niet chauvinistisch van aard, helemaal niet. Maar het Leudal is een van de weinige plekken in Nederland waar de vijf soorten spechten voorkomen. De grote bonte specht (Dendrocopos major), met de kenmerkende golvende vlucht en de roep (‘tsjik’). De middelste bonte specht (Leiopicus medius), deze roffelt niet zo vaak, je treft deze vaak in het bovenste of middelste gedeelte van loofbomen tegen en het liefst in eiken. De kleine bonte specht (Dryobates minor), is niet veel groter dan een huismus. De roep is wel apart. Een serie van 8 tot 16 hoogfrequente key-tonen die in snelheid afnemen.
Mijn persoonlijke favoriet is de groene specht (Picus viridus). Deze kanjer is olijf- tot appelgroen van kleur. Ze vliegen heel speciaal, de kop omhoog een paar vleugelslagen en een glijvlucht. Ze hebben een heel kenmerkende roep; de spontane ‘lach’! Als laatste hebben we de zwart specht (Dryocopus martinus). Kenmerkende grote vogel, groter dan alle andere spechten, zeg maar rustig ter grootte van een kraai, alleen dan met een rode plek op de kop. In tegenstelling tot de andere spechten vliegt deze wel in een kaarsrechte vlucht. Zijn roep is (‘kru-kru-kru’) en roffelt soms heel hard en lang.
Daarnaast hebben we de boomklever (Sitta europaea) en boomkruiper (Certhia brachdactyla). Deze twee soorten zijn verschillend. De boomklever (blauwgrijs-roestbruin) kan zowel naar boven als naar beneden kruipen. De boomkruiper is bruinwit en kan alleen maar omhoog kruipen en doet dit vaak spiraalsgewijs. Wanneer hij of zij boven is, vliegt de boomkruiper weer naar de voet van de boom en begint opnieuw.
Vandaag ook weer, toeval of niet, maar om twaalf uur hoorde ik van achter de Tungelroysebeek de koekoek. Tellen had geen zin om te weten te komen hoe laat het was, deze koekoek (Cuculus canorus) was volledig van slag. Mocht je hem spotten, hij heeft wat weg van een slanke houtduif, deze tref je trouwens ook vaak aan hier in het Leudalse. Net als de kool-, pimpel- kuif- en staartmees. Deze zijn zo eigen geworden, dat ik er zelf niet meer van warmloop. Maar kom je matkop (Poecile montanus) of de zwarte mees (Periparus ater) tegen dan blijf ik wel even staan koekeloeren. Die matkop zie je vaak bij dode bomen.
Trouwens ,ik laat me vaak in de loeren leggen door de glanskop (ook een mees) (Poecile montanus). Deze lijkt als twee druppels water op de matkop. Wanneer ze hun kaken stijf op elkaar houden, dan is het voor een leek echt gissen. Ik hoor daar zeker ook bij. Alleen is er een leuk feitje. De glanskop zie je vaak in tuinen en loofbos met beuken. Terwijl de matkop toch het liefst in moerasachtige gebieden rond huppelt en bij naaldbomen te vinden is, en ja ze overlappen elkaar ook wel. Het is een hulpmiddel. Zodra ze gaan kwaken dan is het zo te achterhalen. De matkop is een wat zeurend nasaal geluid als (tsí-tsí-dèhh-dèhh-dèhh). De glanskop daartegen produceert een ‘explosief’, beetje ‘niezend’ en sterk dalend geluid (pstíe-toeee). Enfin, neem de tijd en je zal beloond worden.
Om mijn verhaal nog meer glans te geven (haha), de zwarte mees lijkt ook wel een beetje op zijn grotere broer de koolmees, gelukkig heeft deze zwarte mees niet voor niets de bijnaam sparrenmees. Je raadt het al, waar zou je deze vooral aantreffen? Bij deze prachtige mees ontbreekt het aan frisse gele en groene nuances, hij is veel grauwer van kleur. Zoals gezegd, wij hebben een bijnaam als sparrenmees voor de zwarte mees. De Engelse noemen hem ‘coal tit’, waarschijnlijk vinden zij hem lijken op een koolmees, de Fransen noemen hem mésange noir en de Duitsers noemen hem Tannenmeise, waar ons sparrenmeesje weer vandaan komt.
Tot slot wil ik jullie aandacht nog richten op de geelgors (Emberiza citrinella), een opvallende vogel. Over de kleur niets dan lof. Een echte grondbroeder. Bosranden, heggen, hotwallen, ruigten. En als laatste dan de vogel die ik zelf heel veel zag tijdens het Geocachen: de gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicuris). Je komt deze tegen in parkachtige bossen, hier rondom zorgcentrum St. Elisabeth, maar ook bij Boscafé de Busjop. Vooral op hogere zandgronden en heiden. Het zijn echte hoenbroeders. De mannetjes hebben een prachtige oranje borst, een grijze kruin en mantel en de zwarte keel en net daarboven (op ooghoogte) een witte streep. De staart is roestrood. Zelf vind ik dit naast ‘ons boegbeeld’ de ijsvogel de mooiste binnen het Leudalse.
Hopelijk inspireert jullie deze column tot vaker wandelen en misschien wel eens een verrekijker mee te nemen. Op een bankje te gaan zitten en te luisteren naar.... ja, al dat moois dat je normaal niet hoort.
Tot de volgende keer!
PS: een fijne verrekijker om mee te beginnen (en nee, ik ontvang hiervoor geen provisie): Bosco C9 12x42.
Ron
Ron Van Pol, voorzitter van Groen Hart Leudal, heeft sinds juni 2020 zijn eigen column bij DeltaLimburg.nl.
Kopfoto: © Foto en Film Leon van Lier